Franse Bulldog vs Engelse Bulldog: welke past bij jou (en welke niet)?
12 min leestijd

Wie "bulldog" intypt, krijgt twee honden te zien die alleen op een foto op elkaar lijken. De Franse bulldog is een compacte gezelschapshond van acht tot veertien kilo met rechtopstaande vleermuisoren, die in een appartement past en je op de zetel probeert te volgen. De Engelse bulldog is een zwaar gebouwde hond van drieëntwintig tot vijfentwintig kilo met een brede schouderpartij, een zware huidplooi en een gang die eerder op een schommeling dan op draven lijkt. Ze hebben een gedeelde voorgeschiedenis in de negentiende-eeuwse Engelse vechthondenwereld, ze hebben allebei een sterk verkorte snuit, en daarmee is de lijst overeenkomsten zo goed als af. Deze vergelijking zet ze naast elkaar op de punten die je leven écht veranderen: hoe ze ademen, hoe ze hitte verdragen, hoe hun rug in elkaar zit, hoe hun pups ter wereld komen, wat ze in de praktijk kosten en hoe ze zich in een gezin gedragen. Met, voor elk van die punten, de cijfers die in Brits diergeneeskundig onderzoek gemeten zijn in plaats van de beschrijvingen uit een rasstandaard. Want het opvallendste aan deze vergelijking is niet dat de ene hond gezonder is dan de andere. Het is dat ze op verschillende manieren ongezond zijn, en dat de vraag "welke van de twee" pas de tweede vraag is.
Twee honden met dezelfde naam en nauwelijks een gedeeld lijf
De Engelse bulldog is het origineel. Hij komt uit de Engelse bull-baiting, een bloedsport waarin honden op vastgebonden stieren werden gezet en die in 1835 in Groot-Brittannië verboden werd. Vanaf dat moment verdween de functie en bleef het uiterlijk over, en juist daarna begonnen fokkers de kop breder, de snuit korter, de huid losser en de schouders zwaarder te maken. Wat je vandaag ziet, is geen overblijfsel van een werkhond maar het resultaat van bijna twee eeuwen selectie op vorm. Vergelijk foto's van een Engelse bulldog uit 1900 met een hond van vandaag en je ziet een compleet andere hond.
De Franse bulldog is een afsplitsing daarvan. Kleine bulldogs uit Engeland kwamen in de negentiende eeuw met arbeiders uit de textielnijverheid in Noord-Frankrijk terecht, werden daar verder verkleind en kruisden onderweg met terriërachtige en mogelijk pugachtige honden. In Parijs werd het ras populair en kreeg het zijn kenmerkende rechtopstaande vleermuisoor, dat de Britse fokkers van toen juist verwerpelijk vonden. Vandaag staat hij bij de FCI in groep 9, bij de gezelschapshonden, terwijl de Engelse bulldog in groep 2 staat bij de molossers.
Dat verschil in indeling is geen formaliteit. Het beschrijft precies wat je in huis haalt. De Fransman is gemaakt om in een klein appartement naast een mens te leven; de Engelsman is gemaakt om indruk te maken. Hun gewicht scheelt een factor twee tot drie, hun bouw scheelt nog meer, en de aandoeningen waar ze last van hebben overlappen slechts gedeeltelijk.
De harde cijfers naast elkaar
Voor je verderleest: dit is de samenvatting. De onderbouwing van elk cijfer staat in de secties daarna, met de studie erbij.
- Gewicht — Franse bulldog 8 tot 14 kg, Engelse bulldog 23 tot 25 kg. Schofthoogte respectievelijk ongeveer 24 tot 35 cm en rond de 40 cm bij een veel breder frame.
- Levensverwachting — in de grootste Britse dataset (McMillan e.a., Scientific Reports 2024, 584.734 honden) kwamen beide rassen uit op een mediaan van 9,8 jaar, tegenover 12,7 jaar voor rashonden in het algemeen. Platsnuitige rassen samen zaten op 11,2 jaar en hadden veertig procent meer kans op een vroege dood dan rassen met een middellange snuit.
- Kans op minstens één diagnose bij de dierenarts — Engelse bulldog 2,04 keer hoger dan honden die geen Engelse bulldog zijn. Bij de Franse bulldog kwam die maat op 0,89 uit, dus lager. Dat cijfer is misleidend, en waarom staat verder in dit artikel.
- Ademhaling — van de Franse bulldogs die in Cambridge werden gemeten, was 58,9 procent klinisch aangetast door BOAS; bij de Engelse bulldogs 51,2 procent. Volledig BOAS-vrij was slechts ongeveer tien procent van beide rassen.
- Hitteslag — vergeleken met een labrador had de Engelse bulldog veertien keer meer kans op hittegerelateerde ziekte, de Franse bulldog zes keer. Hier is de Engelsman dus veel slechter af.
- Geboorte — ongeveer 86 procent van de Engelse bulldognesten en 81 procent van de Franse bulldognesten kwam via een keizersnede ter wereld.
- Prijs in België — reken voor een pup met stamboom, functionele ademtest en volledige oudergegevens realistisch op 1.800 tot 3.000 euro, met uitschieters daarboven. Goedkopere aanbiedingen bestaan, maar dan betaal je het verschil later bij de dierenarts.
- Zorgkosten — bij beide rassen is een neus- of luchtwegcorrectie een reële mogelijkheid; reken bij een chirurgische ingreep aan neusgaten en zacht gehemelte op honderden tot ruim duizend euro, plus de kans op vervolgingrepen. Verzekeringen sluiten brachycefale aandoeningen vaak uit of hanteren wachttijden — lees dat vóór je tekent.
Waarom de Fransman op papier gezonder lijkt dan hij is
Hier moet je even goed kijken, want dit is de plek waar bijna elke vergelijkingspagina de mist ingaat. Aan het Royal Veterinary College in Londen loopt VetCompass, een databank met de echte dossiers van Britse dierenartsenpraktijken. Daaruit kwamen twee studies die precies op deze twee rassen inzoomen.
De eerste, O'Neill en collega's in Canine Medicine and Genetics (2021), vergeleek 2.781 Franse bulldogs met 21.850 andere honden. De uitkomst voor de algemene maat — de kans om met minstens één aandoening bij de dierenarts te zitten — was een gecorrigeerde odds ratio van 0,89. De Franse bulldogs hadden dus iets mínder kans op een diagnose dan de rest van de hondenpopulatie. Een verkoper die dat citeert, heeft formeel gelijk.
Maar in dezelfde studie staat het detail dat alles omdraait: de mediane leeftijd van die Franse bulldogs was 1,51 jaar, met een spreiding van 0,86 tot 2,77 jaar. Dat is geen toeval maar het gevolg van een explosieve populariteitsgroei: een ras dat op enkele jaren tijd ontploft, bestaat op elk gemeten moment vooral uit jonge honden. Jonge honden hebben nog weinig diagnoses. Je vergelijkt dus een populatie van puppy's en jongvolwassenen met een doorsnee hondenpopulatie waar ook oude honden in zitten. De 0,89 zegt iets over de leeftijdsopbouw van het ras, niet over zijn gezondheid.
Wat wél iets zegt, zijn de aandoeningsspecifieke cijfers uit dezelfde studie, want die zijn voor leeftijd gecorrigeerd. Vernauwde neusgaten: 42,14 keer meer kans. BOAS: 30,89 keer meer kans. Oorafscheiding: 14,40 keer. Huidplooidermatitis: 11,18 keer. Moeilijke bevalling: 9,13 keer. Dat zijn geen verhoogde risico's meer, dat zijn rasgebonden kenmerken die als ziekte in de dossiers belanden.
De Engelse bulldog kreeg dezelfde behandeling in Canine Medicine and Genetics (2022), met 2.662 Engelse bulldogs tegen 22.039 andere honden. Daar was de algemene maat wél verhoogd: 2,04 keer meer kans op minstens één diagnose. De koplopers: huidplooidermatitis 38,12 keer, cherry eye (uitgezakte traanklier van het derde ooglid) 26,79 keer, onderbeet 24,32 keer, BOAS 19,20 keer, en tussenklauwontsteking 12,96 keer.
Beide studies vonden ook zaken waar deze rassen mínder last van hebben, en dat hoort er eerlijk bij. Franse bulldogs kwamen minder vaak in de dossiers terecht voor ongewenst gedrag, kreupelheid en obesitas; Engelse bulldogs minder vaak voor tandsteen en vetbulten. Dat zijn echte bevindingen, maar het is wel een ruil van gedragsproblemen tegen ademhalingsproblemen, en die twee wegen niet even zwaar.
BOAS is geen snurkprobleem maar een zuurstofprobleem
BOAS staat voor brachycefaal obstructief luchtwegsyndroom. De schedel van deze honden is korter geworden, maar de zachte weefsels erin zijn niet meegekrompen: dezelfde hoeveelheid neusschelpen, zacht gehemelte en keelweefsel zit in een veel kleinere ruimte gepropt. Daarbovenop komen vaak vernauwde neusgaten, een te lang zacht gehemelte, uitgezakte keelzakjes en op termijn een verslapt strottenhoofd. De hond ademt dus door een structureel te nauwe buis.
De onderzoeksgroep in Cambridge bracht daar in PLOS ONE (Liu en collega's, 2017) getallen op. Ze onderzochten 604 honden: 189 mopshonden, 214 Franse bulldogs en 201 Engelse bulldogs. Klinisch aangetast — dus met symptomen die het functioneren beïnvloeden — was 64,6 procent van de mopshonden, 58,9 procent van de Franse bulldogs en 51,2 procent van de Engelse bulldogs. En volledig vrij van BOAS, de laagste graad zonder enig geluid zelfs met een stethoscoop, was volgens het onderzoek van dezelfde groep maar rond de tien procent van de Franse en Engelse bulldogs, en zeven procent van de mopshonden.
Dat laatste cijfer is het belangrijkste van dit hele artikel. Negen op de tien honden van deze rassen ademt niet normaal. Snurken, luidruchtig ademen, na tien minuten spelen moeten stoppen, in de zomer op de koele vloer liggen hijgen, 's nachts in een rare houding met de kop achterover slapen: eigenaars melden dat zelden bij een dierenarts, omdat het rasbeeld zegt dat het erbij hoort. Dat maakt het niet normaal. Uit Deens onderzoek onder eigenaars van Franse bulldogs blijkt precies die kloof: mensen beoordelen hun eigen hond als gezond terwijl hij op de functionele test aangetast blijkt.
Diezelfde studie vond ook welke kenmerken het risico voorspellen, en dat is bruikbaar bij het bekijken van een nest. Vernauwde neusgaten waren de sterkste voorspeller: honden met matige tot ernstige stenose hadden vier tot bijna zes keer meer kans op BOAS. Overgewicht verhoogde het risico meetbaar — elke stap op de body condition score telde mee. En bij Engelse bulldogs was de nekomtrek in verhouding tot het lijf een betrouwbare voorspeller: boven een verhouding van 0,71 bij reuen klopte de voorspelling in ongeveer zeven op de tien gevallen. Opvallend: de veelgebruikte snuit-schedelverhouding voorspelde bínnen een ras juist slecht, omdat de variatie daar te klein is.
Voor wie er toch een wil, bestaat er een instrument dat je kunt eisen: de Respiratory Function Grading Scheme, ontwikkeld in Cambridge en uitgerold via de Britse kennelclub. Een getrainde dierenarts beluistert de hond in rust en na een korte inspanningstest van drie minuten stevig stappen, en kent een graad toe: graad 0 (vrij), graad I (mild, klinisch niet aangetast), graad II (matig, klinisch aangetast) en graad III (ernstig). Het advies is helder: fok met graad 0 en I, wees terughoudend bij II met II, en fok niet met graad III. De test kan vanaf twaalf maanden en wordt elke twee jaar herhaald. Vraag een fokker naar de graad van vader én moeder. Wie niet weet wat je bedoelt, is de fokker niet bij wie je moet zijn — hoe je zo iemand verder doorlicht, staat in onze checklist voor een erkende fokker in Vlaanderen.
Hitte: hier verliest de Engelse bulldog duidelijk
Een hond koelt vooral via hijgen: lucht over vochtig slijmvlies in neus en keel jagen zodat vocht verdampt. Als die luchtweg te nauw is, werkt de koelmachine slechter, en dan wordt warmte levensgevaarlijk in plaats van lastig.
Onderzoekers van Nottingham Trent University en het Royal Veterinary College publiceerden in Scientific Reports (2020) een analyse van ruim 900.000 Britse honden, waarvan ongeveer 1.200 met hittegerelateerde ziekte bij de dierenarts kwamen. Vergeleken met een labrador retriever was het risico bij de chow chow zeventien keer hoger, bij de Engelse bulldog veertien keer, bij de Franse bulldog zes keer, bij de dogue de bordeaux vijf keer en bij de greyhound vier keer. Eén op de zeven honden met hitteslag overleefde het niet.
Het verschil tussen veertien en zes is groot genoeg om je keuze te beïnvloeden, en het is verklaarbaar: de Engelse bulldog combineert dezelfde nauwe luchtweg met bijna het dubbele lijfgewicht, een zwaardere spiermassa en een dikkere huid met meer plooien. Meer warmteproductie, meer isolatie, dezelfde kleine uitlaat.
Praktisch betekent dat voor beide rassen, en voor de Engelse bulldog dubbel zo hard: wandel in de zomer vroeg in de ochtend en laat op de avond, nooit tussen elf en zeven. Laat de hond nooit in een auto achter, ook niet twee minuten met een open raam. Let op de vroege signalen — hijgen dat niet meer bijhoudt, felrode of juist blauwige tong, wankelen, braken — en koel bij verdenking onmiddellijk met lauw water over lijf en poten terwijl je onderweg gaat naar een dierenarts. Wacht niet af. Bij een brachycefale hond is een hitteslag geen aandoening waar je thuis mee experimenteert.
De rug van de Fransman en de plooien van de Engelsman
Naast de gedeelde luchtweg heeft elk van de twee zijn eigen zwakke plek, en die liggen niet op dezelfde plaats.
Bij de Franse bulldog zit het probleem in de wervelkolom. Het ras is van nature kortstaartig, en die korte, vaak ingedraaide staart is niet los te zien van de rest van de rug: dezelfde ontwikkelingsroute die de staartwervels verkort, levert ook misvormde wervels in de borst- en lendenstreek op — halve wervels, vlinderwervels, wervels die scheef op elkaar staan. Vaak blijven die levenslang symptoomloos en zie je ze alleen op een röntgenfoto. Soms drukken ze op het ruggenmerg en krijg je een jonge hond met slepende achterpoten, incontinentie of pijn. Daarbovenop komt de gewone tussenwervelschijfproblematiek, waar het ras een bekende voorbestemming voor heeft. Een röntgenonderzoek van de wervelkolom bij de ouderdieren is bij dit ras dus geen luxevraag.
Bij de Engelse bulldog zit het probleem vooral in de huid en de bouw. Huidplooidermatitis stond met een odds ratio van 38,12 bovenaan zijn lijstje, en dat is precies wat het is: elke plooi is een warme, vochtige, luchtdichte ruimte waar bacteriën en gisten het goed doen. De neusplooi, de mondhoeken, de staartplooi en bij reuen de liesplooi vragen structureel onderhoud — droog houden, controleren, niet laten doorsudderen. Daarnaast is de ingedraaide staart bij dit ras vaak zo diep weggezonken dat de plooi eronder chronisch ontstoken raakt; in ernstige gevallen wordt dat chirurgisch opgelost. Tussenklauwontstekingen (odds ratio 12,96) horen bij hetzelfde verhaal: veel gewicht op korte, wijd uitstaande poten.
Beide rassen zijn ook oogpatiënten. Cherry eye — de uitgezakte klier van het derde ooglid — kwam bij de Engelse bulldog bijna zevenentwintig keer vaker voor. En omdat de oogbol bij een korte schedel minder diep in zijn kas ligt en de oogleden hem minder goed sluiten, zijn hoornvliesbeschadigingen bij beide rassen een klassieker. Een hond die met halfopen ogen slaapt of droge plekken op het hoornvlies heeft, hoort bij de dierenarts en niet bij een oogdruppel uit de winkel.
Geboorte: waarom bijna elke bulldogpup via een keizersnede komt
Dit is het punt waar de discussie over deze rassen van een gezondheidskwestie in een fokkerijkwestie overgaat. Evans en Adams publiceerden in 2010 een analyse van het aandeel nesten dat via een keizersnede ter wereld komt. Bij de Engelse bulldog was dat ongeveer 86 procent, bij de Franse bulldog 81 procent, en bij de boston terriër zelfs 92 procent.
De oorzaak is mechanisch. De selectie op een brede, zware kop levert pups met een relatief groot hoofd, terwijl dezelfde selectie op een compacte, brede bouw bij de moeder een bekkenkanaal geeft dat van boven naar onder platgedrukt is in plaats van de normale ruime vorm. Groot hoofd, nauwe doorgang: de pup kan er in veel gevallen niet door. Zonder ingrijpen sterven de pups en vaak ook de moeder.
Wat dat betekent voor een koper is dit: bij beide rassen is de voortplanting in de praktijk medisch afhankelijk geworden. Een nest dat zonder begeleiding en zonder keizersnede geboren is, is bij deze rassen niet per se een teken van gezondheid, en een fokker die zelf keizersneden "regelt" buiten een dierenarts om is een groot alarmsignaal. Vraag naar de kraamgeschiedenis van de moeder, hoeveel nesten ze al heeft gehad en wie de keizersnede uitvoerde. Reken erop dat die medische kosten in de pupprijs zitten — dat is een van de redenen waarom een eerlijk gefokte bulldog duur is.
Karakter en dagelijks leven: waar het echt verschilt
Op gezondheid lopen ze grotendeels gelijk op. Op gedrag en dagelijkse praktijk niet, en daar zit voor de meeste gezinnen de eigenlijke keuze.
De Franse bulldog is een gezelschapshond in de volste zin: aanhankelijk, aanwezig, komisch, en sterk op mensen gericht. Hij blaft relatief weinig en heeft een matige bewegingsbehoefte, wat hem populair maakt in appartementen. Daar hangt een keerzijde aan: een ras dat zo op zijn mensen gefixeerd is, moet expliciet leren alleen te blijven, anders bouw je verlatingsangst in. Zijn koppigheid is echt maar goedmoedig; met beloningsgerichte training kom je ver, met dwang nergens. En hij is een uitgesproken lichamelijke hond — hij wil op je schoot, op de zetel, op het bed — wat charmant is tot het moment dat er een rugprobleem in het spel komt en springen van de zetel plots een risico wordt.
De Engelse bulldog is opvallend rustiger van aard: flegmatiek, geduldig, weinig reactief, en met kinderen vaak verbluffend verdraagzaam. Hij is geen wandelaar en geen sporter; een korte ronde en veel liggen is zijn programma. Maar hij is ook zwaarder, sterker en soms eigenwijzer dan zijn gemoedelijke voorkomen suggereert, en bij reuen onderling kan hij minder tolerant zijn. Bovendien maakt zijn bouw hem letterlijk minder mobiel: trappen, in de auto stappen en lange stukken zijn lastiger, en de meeste exemplaren kunnen niet of nauwelijks zwemmen — een tuin met een vijver of zwembad is bij dit ras een reëel risico.
Twee praktische regels gelden voor beide en zijn geen detail. Eén: gebruik nooit een halsband om aan te wandelen. Bij een hond met een al vernauwde luchtweg zet druk op de hals de trachea verder dicht, en een hond die tijdens het trekken luidruchtiger begint te ademen, is een hond die je actief benadeelt. Een goed passend Y-tuig dat de hals volledig vrijlaat is bij deze rassen geen voorkeur maar een noodzaak; welke modellen de hals echt vrijhouden, staat in onze gids over anti-trektuigen, en het afleren van het trekken zelf hoort daarbij. Twee: houd het gewicht laag. Overgewicht verergert BOAS meetbaar, verhoogt het hittelastrisico en belast bij de Fransman de rug. Bij deze rassen is een strak gewicht geen cosmetische kwestie maar longcapaciteit.
Wat de wet zegt: Nederland grijpt in, Vlaanderen kiest de lange weg
Hier wordt de vergelijking Belgisch, want de regels waaronder deze honden gefokt worden, verschillen sterk aan beide kanten van de grens — en de meeste kopers weten dat niet.
Nederland handhaaft sinds 2019 op het fokken met kortsnuitige honden, en scherpte dat op 24 augustus 2023 verder aan. Toenmalig minister Piet Adema stelde zes criteria centraal waaraan een hond moet voldoen voor er met hem gefokt mag worden, waaronder een normaal ademgeluid in rust en een gezonde verhouding tussen snuit en schedel: de craniofaciale ratio moet minstens 0,3 zijn. Bovendien werd het bewust uitkruisen met volwassen honden die zelf niet aan de criteria voldoen verboden. De NVWA ziet erop toe, met boetes tot 1.500 euro en de mogelijkheid van een last onder dwangsom om het fokken te laten stoppen. Voor de mopshond en de Franse bulldog betekent dat in de praktijk dat een deel van de populatie niet meer gefokt mag worden.
In Vlaanderen bestaat zo'n verbod niet. VRT NWS stelde in juni 2023 uitdrukkelijk de vraag of het er zou komen, en het antwoord was nee. Professor Nadine Buys, specialist huisdierengenetica aan de KU Leuven, die in opdracht van toenmalig minister van Dierenwelzijn Ben Weyts onderzoek deed naar erfelijke aandoeningen bij honden en katten, zei het zo: "Maar het fokken van bepaalde rassen volledig verbieden gaan we niet doen." De Vlaamse keuze is om erfelijke aandoeningen via fokprogramma's geleidelijk weg te fokken in plaats van rassen op slot te zetten. Kelly Kessen van de Nederlandse organisatie Dier&Recht vond dat in dezelfde reportage te traag: "Nu zal het generaties duren voor de kwalen weggefokt zijn."
Wat er in Vlaanderen wél is, is het Fokkerijbesluit van 31 mei 2024. Dat bepaalt dat een in Vlaanderen geboren hond alleen met een Vlaamse stamboom verkocht mag worden als de combinatie van vader en moeder past binnen een erkend fokprogramma, met de gezondheidsonderzoeken die dat programma voorschrijft, en met afstamming die via DNA gecontroleerd is. Dat is een echte stap vooruit op de vrijheid van vroeger, maar het legt de lat per ras vast in plaats van er een harde ondergrens voor snuitlengte op te zetten. Daarnaast geldt sinds 1 januari 2025 de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, met in artikel 10 een zorgplicht die uitdrukkelijk ook de ethologische behoeften van het dier omvat, en vanaf 1 maart 2026 een fors verzwaard sanctiekader. Het volledige overzicht van wat er in Vlaanderen wettelijk van je verwacht wordt, staat in ons artikel over de hondenwetgeving in Vlaanderen.
De praktische conclusie voor een Belgische koper is ongemakkelijk maar duidelijk: de wet gaat je hier niet beschermen tegen een slecht gefokte bulldog. Je moet het zelf doen, met de ademtest van de ouderdieren, de röntgenfoto's, het stamboomdocument en een fokker die je vragen normaal vindt. En wie een pup over de grens koopt omdat het aanbod daar groter lijkt: kijk dan na of je hond wel geregistreerd geraakt zoals het hoort, want in België moet elke hond gechipt en geregistreerd zijn in DogID.
Dus: welke van de twee? En de vraag die eronder ligt
Als de keuze echt tussen deze twee gaat, dan is dit de eerlijke afweging. Woon je in een appartement, wil je een hond die overal mee kan en ben je bereid om rugonderzoek bij de ouderdieren te eisen en springen te beperken: dan is de Franse bulldog de logischere van de twee. Hij is lichter, mobieler, makkelijker te vervoeren en meetbaar minder hittegevoelig.
Zoek je een uitgesproken rustige, geduldige huishond, stoort een korte wandeling je niet en heb je een koele woning zonder trappenparcours: dan komt de Engelse bulldog in beeld — met de aantekening dat hij de zwaarste zorgpost van de twee is, met het hoogste algemene ziekterisico (2,04), het hoogste hitterisico (veertien keer) en een structureel plooienonderhoud dat er elke week bij hoort.
Maar er is een derde optie, en het zou oneerlijk zijn die weg te laten. Als wat je aantrekt de compactheid, de gezelligheid en het kleine formaat is, dan bestaan er honden met exact dat profiel en een normale snuit. Een schipperke, een whippet in de kleine maat, een dwergpoedel, een teckel, een kleine terriër, een basenji of een shiba inu — allemaal honden die je in een appartement kunt houden zonder dat ademhalen hun grootste dagelijkse taak is. Onze overzichten van kleine hondenrassen en van rustige hondenrassen zijn daar een goed startpunt voor, en voor het appartementvraagstuk specifiek hebben we een apart artikel.
En wie er tóch een wil: doe het goed. Vraag de BOAS-graad van vader en moeder, kijk zelf naar de neusgaten van de pup en van de ouders, laat een hond met hoorbaar ademen in rust staan, vraag naar wervelkolomfoto's bij een Fransman, vraag naar de kraamgeschiedenis bij beide, en reken op een prijs die de gezondheidsonderzoeken dekt. Wat een hond over zijn hele leven werkelijk kost, hebben we in detail uitgerekend — bij deze twee rassen zit je aan de bovenkant van dat bereik, en dan zijn we nog voorzichtig.
Bekijk deze rassen
Lees ook
Veelgestelde vragen
Is een Franse bulldog gezonder dan een Engelse bulldog?
Op de algemene maat lijkt het zo, maar dat cijfer is misleidend. In de VetCompass-studies van het Royal Veterinary College had de Engelse bulldog 2,04 keer meer kans op minstens één diagnose, terwijl de Franse bulldog op 0,89 uitkwam. Die 0,89 komt omdat de Franse bulldogs in die dataset een mediane leeftijd van 1,51 jaar hadden — het ras groeide zo snel in populariteit dat de populatie bijna volledig uit jonge honden bestond. De voor leeftijd gecorrigeerde cijfers per aandoening zijn bij de Fransman juist extreem: 42 keer meer kans op vernauwde neusgaten en 31 keer meer kans op BOAS. Praktisch gezegd: de Engelse bulldog heeft méér verschillende problemen en een veel hoger hitterisico, de Franse bulldog heeft de zwaarste ademhalingscijfers en daarbovenop een risico op wervelafwijkingen. Gezond is geen van beide.
Hoe oud wordt een Franse of Engelse bulldog?
In de grootste Britse levensduurstudie (McMillan e.a., Scientific Reports 2024, ruim 584.000 honden) kwamen beide rassen uit op een mediaan van 9,8 jaar, tegenover 12,7 jaar voor rashonden in het algemeen. Platsnuitige rassen samen zaten op 11,2 jaar en hadden veertig procent meer kans op een vroege dood dan rassen met een middellange snuit. Een oudere Britse studie op overlijdensgegevens (Teng e.a., 2022) kwam voor de Engelse bulldog op 7,4 jaar en voor de Franse bulldog op 4,5 jaar, maar dat laatste getal moet je met omzichtigheid lezen: het is sterk vertekend doordat het ras destijds vooral uit jonge honden bestond. Reken realistisch op acht tot elf jaar, en op grote individuele verschillen afhankelijk van hoe goed de hond ademt.
Wat is BOAS en heeft mijn bulldog het?
BOAS staat voor brachycefaal obstructief luchtwegsyndroom: de schedel is verkort, maar de weefsels in neus en keel niet, waardoor de luchtweg structureel te nauw is. In het Cambridge-onderzoek onder 604 honden was 58,9 procent van de Franse bulldogs en 51,2 procent van de Engelse bulldogs klinisch aangetast, en volledig BOAS-vrij was maar ongeveer tien procent van beide rassen. De kans dat jouw hond er iets van heeft, is dus groot. Signalen die eigenaars te vaak als normaal afdoen: hoorbaar ademen in rust, snurken, na korte inspanning moeten stoppen, slapen met de kop achterover of met een speeltje in de bek om de luchtweg open te houden, moeilijk eten en drinken tegelijk, en slecht hittebestendig zijn. Laat het beoordelen met de functionele graderingstest bij een dierenarts die daarvoor opgeleid is, niet op je eigen gevoel — eigenaars onderschatten dit structureel.
Moet een bulldog altijd via een keizersnede geboren worden?
Bijna altijd, ja. In de analyse van Evans en Adams (2010) kwam ongeveer 86 procent van de Engelse bulldognesten en 81 procent van de Franse bulldognesten via een keizersnede ter wereld. De oorzaak is de combinatie van pups met een relatief grote kop en een moeder met een bekkenkanaal dat door de rasbouw van boven naar onder platgedrukt is. Zonder medische begeleiding sterven bij een vastgelopen bevalling de pups en vaak ook de moeder. Voor kopers betekent dat twee dingen: die medische kosten horen in de pupprijs te zitten, en een fokker die keizersneden buiten een dierenarts om "zelf regelt" is een reden om weg te lopen.
Mag je in België nog met kortsnuitige honden fokken?
Ja. In tegenstelling tot Nederland, waar sinds 2019 gehandhaafd wordt op criteria zoals een normaal ademgeluid in rust en een craniofaciale ratio van minstens 0,3, en waar sinds augustus 2023 ook het uitkruisen met niet-conforme volwassen honden verboden is, kent Vlaanderen geen fokverbod voor kortsnuitige rassen. Professor Nadine Buys (KU Leuven), die in opdracht van minister Ben Weyts onderzoek deed naar erfelijke aandoeningen, formuleerde de Vlaamse lijn in VRT NWS als: "Maar het fokken van bepaalde rassen volledig verbieden gaan we niet doen." Wat er wel is, is het Fokkerijbesluit van 31 mei 2024: een Vlaamse stamboom vereist dat de oudercombinatie binnen een erkend fokprogramma past, met de voorgeschreven gezondheidsonderzoeken en DNA-controle van de afstamming. De bescherming zit dus in het fokprogramma en niet in een wettelijke ondergrens voor snuitlengte — je moet als koper zelf doorvragen.
Mag een Franse of Engelse bulldog een halsband dragen?
Voor identificatie en een naamplaatje kan een halsband, maar wandel er nooit aan. Bij een hond wiens luchtweg al vernauwd is, drukt een halsband bij elke trek de luchtpijp verder dicht, en dat is bij deze rassen geen theoretisch bezwaar maar een merkbaar effect: je hoort de ademhaling luidruchtiger worden. Gebruik een goed passend Y-tuig dat de hals volledig vrijlaat en het gewicht over de borst verdeelt, en vermijd tuigen met een band die schuin over de luchtpijp loopt. Combineer dat met leren niet te trekken, want een tuig lost het trekken zelf niet op. Houd daarbij ook het gewicht van je hond strak: overgewicht verergert BOAS aantoonbaar, en bij deze rassen is elke kilo te veel letterlijk minder lucht.