← Alle artikels

Reizen met je hond in Europa: paspoort en regels in 2026

13 min leestijd

Delen:
Labrador Retriever — Reizen met je hond in Europa: paspoort en regels in 2026

Je hond meenemen op reis in Europa is administratief eenvoudiger dan bijna elke andere grensoverschrijdende formaliteit die je als Belg tegenkomt: een chip, een vaccinatie, drie weken wachten en een paspoort van je dierenarts. Precies daarom gaat het mis op de details. In 2026 is er bovendien een reden waarom je de pagina die je vorig jaar las niet meer blind mag vertrouwen: de Europese regelgeving voor reizen met huisdieren is op 22 april integraal vervangen. De verordening die twaalf jaar lang de basis vormde van elk reisadvies is ingetrokken, er is een nieuw paspoortmodel, en het oude model heeft een einddatum gekregen. Dit artikel zet die nieuwe regels op een rij in de volgorde waarin je ze moet uitvoeren, laat zien waar reizigers met honden echt stranden — zelden aan de papieren, bijna altijd aan een rassenlijst of een lintwormvenster — en besteedt daarna de aandacht aan het risico dat in geen enkele officiële checklist staat: wat je hond na twee weken Middellandse Zee mee naar huis brengt.

Wat er op 22 april 2026 veranderde

Van 2013 tot 2026 stond alles in Verordening (EU) nr. 576/2013, met het paspoortmodel in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013. Die twee teksten zijn de bron van vrijwel elke Nederlandstalige reispagina die je vandaag vindt. Ze bestaan niet meer. Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van 20 januari 2026 vult de Europese diergezondheidswet (Verordening (EU) 2016/429) aan met de diergezondheidsvoorschriften voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren, en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 van 20 maart 2026 stelt de bijhorende modellen vast. Beide zijn op 27 maart 2026 in het Publicatieblad verschenen en gelden sinds 22 april 2026; artikel 7 van 2026/705 trekt 577/2013 en 2021/1938 met diezelfde datum in.

Praktisch gesproken zijn de eisen zelf niet omgegooid. Chip, rabiësvaccinatie, eenentwintig dagen wachten, paspoort, maximaal vijf dieren: dat alles staat er nog, nu in de artikelen 3 tot 12 van 2026/131. Wat wel veranderde is het document. Deel 1 van bijlage I bij 2026/705 beschrijft een nieuw Europees dierenpaspoort: formaat 100 bij 152 millimeter, blauwe voorkaft met de gele sterrenkrans, de naam van de lidstaat, een unieke alfanumerieke nummering die begint met de ISO-landcode, paginanummering in de vorm "x van n", en de tekst in de landstaal plus Engels. Zodra de gegevens in rubriek III zijn ingevuld, moet de dierenarts die pagina afdekken met een transparant zelfklevend laminaat. Nieuw is ook dat op de achterkaft een QR-code mag staan die naar de nationale registratiedatabank verwijst — voor een Belgische hond dus naar DogID.

Dan de datum die je moet onthouden. Artikel 6 van 2026/705 regelt de overgang: Europese paspoorten die zijn afgegeven volgens het oude model van bijlage III bij 577/2013 blijven geldig op voorwaarde dat ze vóór 1 januari 2028 zijn afgegeven. Het paspoort dat vandaag in je lade ligt, wordt dus niet ongeldig door de nieuwe verordening — dat is het eerste misverstand dat je kan laten vallen. Maar er is wél een horizon: na 1 januari 2028 is het oude model geen geldig afgiftedocument meer. Voor certificaten uit derde landen loopt een aparte, kortere overgang: die volgens bijlage IV bij 577/2013 blijven aanvaardbaar tot 31 maart 2027, mits afgegeven vóór 1 oktober 2026.

Waarom dit meer is dan een voetnoot voor juristen: het betekent dat vrijwel alle reisinformatie die je in het Nederlands vindt, inclusief die van overheidswebsites, nog naar de ingetrokken verordening verwijst. De pagina van de Vlaamse overheid over met een huisdier naar het buitenland stond bij het schrijven van dit artikel nog op het oude kader en noemde paspoorten van vóór 29 december 2014. Die informatie is niet verkeerd in haar praktische advies, maar ze is niet meer het geldende recht, en ze mist precies de twee dingen die in 2026 nieuw zijn: het nieuwe model en de datum van 1 januari 2028. Vraag bij je volgende dierenartsbezoek dus niet of je paspoort nog geldig is — dat is het — maar of de praktijk al met het nieuwe model werkt.

Een tweede gevolg: de nummers die je straks nodig hebt als je iets wil opzoeken of betwisten aan een grens, zijn veranderd. Noteer ze. 2026/131 voor de voorwaarden, 2026/705 voor het paspoort en de verklaringen, 2026/132 voor de technische specificaties van de chip, 2026/133 voor de rabiës- en lintwormregels in bijlage VII, en 2026/636 (gewijzigd door 2026/1228) voor de lijst van derde landen. Met die vijf nummers vind je in enkele minuten de letterlijke tekst terug op EUR-Lex, in het Nederlands.

De drie basisvoorwaarden, en waarom de volgorde alles bepaalt

Voor een reis binnen de Europese Unie heeft je hond drie dingen nodig, en ze moeten in deze volgorde gebeuren. Dat laatste is geen stijladvies maar een harde juridische voorwaarde waar jaarlijks mensen op stranden.

Eerst de identificatie. Artikel 7 van 2026/131 eist dat de hond individueel is geïdentificeerd met een injecteerbare transponder die voldoet aan de technische eisen van artikel 70a van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035. Beantwoordt de chip niet aan die specificaties, dan moet jij als eigenaar een leesapparaat kunnen voorleggen. Oudere identificaties blijven aanvaard: een chip die vóór 1 januari 2028 is geplaatst zonder landcode van het land van eerste identificatie telt mee, en een duidelijk leesbare tatoeage telt mee als ze vóór 3 juli 2011 is aangebracht. In België is de chip hoe dan ook al verplicht en gekoppeld aan DogID, dus die stap is bij een Belgische hond zo goed als altijd in orde.

Dan de rabiësvaccinatie. Artikel 8, punt a, van 2026/131 verwijst naar deel 1 van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688. Twee voorwaarden daaruit zijn cruciaal. De hond moest minstens twaalf weken oud zijn op de dag van de inenting. En — dit is het punt — de vaccinatie mag niet vóór het plaatsen of uitlezen van de chip zijn gegeven. Een rabiësvaccinatie die is toegediend aan een nog niet gechipte hond is voor reisdoeleinden ongeldig, ook als ze medisch perfect is uitgevoerd. De enige remedie is opnieuw vaccineren, met opnieuw de wachttijd. Laat de chip dus altijd eerst zetten, laat het chipnummer in het paspoort invullen, en laat de inenting pas daarna registreren.

En dan wachten. De geldigheid van een eerste vaccinatiereeks begint volgens dezelfde bijlage niet eerder dan eenentwintig dagen na het voltooien van het protocol. Die eenentwintig dagen zijn geen bedenktijd van de overheid: ze zijn de periode waarin het immuunsysteem antistoffen opbouwt. Reken ze volledig door en vertrek op dag tweeëntwintig. Bij een herhalingsenting die binnen de geldigheidsduur van de vorige valt, geldt die wachttijd niet — die hond is doorlopend gedekt. Vervalt de boostertermijn met één dag, dan is de reeks juridisch onderbroken en begint de klok van eenentwintig dagen opnieuw. Dat is de meest voorkomende reden waarom een gezin in juli plots niet kan vertrekken: niet een vergeten vaccinatie, maar een booster die drie weken te laat werd gezet.

Uit die drie voorwaarden volgt de minimumleeftijd. Twaalf weken voor de inenting plus eenentwintig dagen wachten brengt je op vijftien weken. Een hond die jonger is dan vijftien weken kan in principe niet legaal binnen de EU reizen — met één uitzondering die hieronder aan bod komt en die veel smaller is dan de meeste mensen denken. Voor het volledige inentingsschema van een pup, inclusief waar de rabiësprik precies past, hebben we een apart overzicht in de puppygids over het vaccinatieschema in België. Ter info: voor reizen binnen de EU is er géén antistoftitratie nodig. Dat is iets voor terugkeer uit bepaalde landen buiten de Unie, en daar komen we aan het eind op terug.

Het paspoort: wie geeft het af en wat erin moet staan

Een Europees dierenpaspoort krijg je bij een dierenarts, niet bij een gemeente, een loket of een website. Artikel 11 van 2026/131 verwijst naar artikel 71 van Verordening (EU) 2019/2035: het document wordt afgegeven in de lidstaat waar de eigenaar zijn gewone verblijfplaats heeft, door een daartoe gemachtigde dierenarts, en het moet door jou als eigenaar ondertekend zijn. Dat laatste wordt verrassend vaak vergeten en is bij een controle een formeel gebrek.

In het paspoort staan het nummer van de chip of de tatoeage met de plaats en de datum, de gegevens van de eigenaar, de rabiësvaccinatie met vaccinnaam, batchnummer, datum van toediening en geldigheidsduur, en — enkel waar nodig — de lintwormbehandeling met datum en uur. Die laatste vermelding is geen formaliteit maar het bewijsstuk zelf; zonder de handtekening en het tijdstip van de dierenarts bestaat de behandeling voor de grens niet.

Twee praktische punten. Controleer bij ontvangst of het chipnummer in het paspoort cijfer per cijfer overeenkomt met wat de scanner leest. Een cijfer verkeerd overgeschreven is een van de weinige fouten die een grenscontrole wél opmerkt, en de hond is dan juridisch niet geïdentificeerd. En controleer of de pagina met de vaccinatiegegevens gelamineerd is zoals punt 5 van bijlage I vereist: dat laminaat is er om naderhand wijzigen onmogelijk te maken, en een niet-afgedekte pagina is een zwakke plek bij discussie.

Hoeveel het kost, verschilt per praktijk en hangt af van wat er tegelijk gebeurt. Reken het paspoort zelf bij de goedkopere posten van een dierenartsbezoek en de rabiësvaccinatie bij de normale vaccinatiekosten; de echte kost van een reis met hond zit elders, namelijk in de antiparasitaire bescherming die je voor het zuiden nodig hebt en in de eventuele herhaling van een te laat gezette booster. In ons overzicht van wat een hond in België kost staat de hele jaarbegroting, inclusief dierenarts en preventie.

Tot slot: het Europese paspoort is geen reisverzekering en geen aansprakelijkheidsdekking. Of je familiale polis schade dekt die je hond in Frankrijk of Italië aanricht, is een aparte vraag — net als of je hondenverzekering tussenkomt bij een dierenarts in het buitenland. Dat tweede is bij Belgische polissen vaak begrensd in duur en bedrag. Check het vóór je vertrekt, niet vanuit een wachtkamer in Toscane.

Puppy's onder vijftien weken: de uitzondering die bijna nergens geldt

Er bestaat een afwijking voor jonge honden, en ze wordt massaal verkeerd geciteerd. Artikel 9 van 2026/131 laat uitzonderlijk verkeer toe van honden die jonger zijn dan twaalf weken en niet gevaccineerd, of tussen twaalf en zestien weken oud en gevaccineerd maar nog niet eenentwintig dagen voorbij de eerste reeks. Daar staan echter twee voorwaarden bij die de uitzondering in de praktijk grotendeels dichtzetten.

De eerste: de lidstaat van bestemming moet dat verkeer in het algemeen hebben toegestaan en die toestemming hebben bekendgemaakt op een speciaal daarvoor bestemde website. Geen bekendmaking, geen uitzondering. Lidstaten die hun rabiësvrije status zwaar beschermen laten dit niet toe, en je kan er niet van uitgaan dat het mag omdat het in de verordening staat.

De tweede: je moet bovendien aan één van twee voorwaarden voldoen. Of je legt een ondertekende verklaring voor — het model staat in deel 4 van bijlage V bij 2026/705 — dat de pup sinds de geboorte geen contact heeft gehad met wilde dieren van voor rabiës gevoelige soorten. Of de pup reist samen met zijn moeder, die vóór de geboorte correct gevaccineerd is volgens bijlage VII.

Het nuchtere advies is dus simpel: ga ervan uit dat je pup pas vanaf vijftien weken mee kan, en plan je reis daarop. Dat is geen bureaucratische pech maar ook inhoudelijk het betere moment. De socialisatievensters van een pup lopen in die weken op volle kracht, en een lange autorit, een vreemd appartement en wisselende temperaturen zijn in die fase geen neutrale ervaringen. In ons artikel over socialiseren in de kritieke eerste zestien weken staat waarom je die weken liever thuis en gecontroleerd besteedt.

En een waarschuwing die hier thuishoort: deze uitzondering wordt ook gebruikt om te verdoezelen dat een pup in werkelijkheid verkocht wordt. Een hondje dat uit Oost- of Zuid-Europa komt met de boodschap "hij reist met zijn moeder" is zelden niet-commercieel verkeer. Wie een pup koopt, valt niet onder deze regels maar onder de handelsregels, met een officieel gezondheidscertificaat en een erkende vervoerder. Hoe je dat onderscheid in België maakt, staat in ons dossier over een erkende fokker vinden in Vlaanderen.

Vijf dieren, en reizen zonder dat jij erbij bent

Niet-commercieel verkeer is per definitie beperkt in aantal. Artikel 3 van 2026/131 verwijst naar artikel 246, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 en overweging 13 maakt het expliciet: het maximum is vijf gezelschapsdieren. Bovendien moeten ze in principe met één vervoermiddel reizen, tenzij je het openbaar vervoer neemt.

Boven vijf kom je in een ander regime terecht. Dan heeft je paspoort een certificaat van het FAVV nodig, aan te vragen bij de lokale controle-eenheid van je provincie, gevolgd door een klinisch onderzoek door een officiële dierenarts. Dat is geen formaliteit die je op donderdag voor een vertrek op zaterdag regelt.

Er is één nette uitzondering op de vijf: wedstrijden, tentoonstellingen, sportevenementen en de training daarvoor. Dan mag je met meer dieren reizen, op twee voorwaarden: je hebt een schriftelijk bewijs van inschrijving bij je, en alle dieren zijn ouder dan zes maanden. Die leeftijdsgrens is er precies om te verhinderen dat de uitzondering gebruikt wordt om nesten te vervoeren.

Dan het scenario dat vaker voorkomt dan je zou denken: jij vliegt, je hond rijdt mee met iemand anders. Dat mag. Artikel 4 van 2026/131 regelt de gemachtigde persoon: iemand anders mag de hond vervoeren mits er een door jou ondertekende schriftelijke machtiging bij het paspoort zit. Het model van die verklaring staat in deel 1 van bijlage V bij 2026/705. Daarnaast moet de verplaatsing binnen vijf dagen vóór of na jouw eigen reis gebeuren, en moet je een schriftelijke verklaring ondertekenen dat de verplaatsing niet-commercieel is — het model daarvoor staat in deel 2 van dezelfde bijlage.

Praktisch: print die verklaringen vooraf uit, laat ze ondertekenen en plak ze fysiek bij het paspoort. Een foto op een telefoon is bij een documentcontrole geen handtekening en bovendien onbruikbaar als je netwerk op een ferry wegvalt.

De lintwormbehandeling: vijf bestemmingen, één strak tijdvenster

Dit is de regel waar de meeste reizigers op stranden, omdat ze niet over een document gaat maar over een tijdstip. Vijf bestemmingen eisen dat je hond vóór aankomst behandeld is tegen de vossenlintworm, Echinococcus multilocularis: Finland, Ierland, Malta, Noord-Ierland en Noorwegen. Noorwegen hoort niet bij de EU maar past dezelfde regel toe, en Groot-Brittannië heeft een eigen, nagenoeg identieke eis.

Het mechanisme erachter is het omgekeerde van wat mensen denken. Deze landen zijn vrij van de parasiet en willen dat blijven; de behandeling beschermt dus niet jouw hond maar hun fauna. Daarom zit er geen marge in. Artikel 8, punt b, van 2026/131 verwijst naar deel 2, punt 1, van bijlage VII bij Verordening (EU) 2020/688 en schrijft letterlijk een venster voor: de behandeling moet gebeuren binnen een periode van niet meer dan 120 uur en niet minder dan 24 uur vóór de geplande binnenkomst. Honderdtwintig uur is vijf dagen, vierentwintig uur is één dag. Te vroeg is dus even fout als niet behandeld, en dat is de val: wie "voor vertrek" denkt in plaats van "voor aankomst" rekent verkeerd zodra de reis langer dan vijf dagen duurt.

De behandeling moet door een dierenarts gebeuren met een toegelaten geneesmiddel dat praziquantel bevat of een andere stof met bewezen werking tegen de parasiet, en ze moet in de juiste rubriek van het paspoort worden ingevuld met datum en uur. Artikel 10, lid 1, voorziet één logische vrijstelling: komt je hond rechtstreeks uit een lidstaat of zone met dezelfde vrije status, dan is geen behandeling nodig. Reis je dus van Ierland naar Finland, dan hoef je niets te doen; reis je van België naar Finland, dan wel.

Lid 2 van hetzelfde artikel regelt het zeldzame geval van een hond die permanent in een niet-vrij land woont en toch naar een vrij land moet: die moet minstens tweemaal behandeld zijn met tussenpozen van 24 tot 28 dagen, en daarna regelmatig met tussenpozen van maximaal 28 dagen. Dat is een regime voor verhuizers, niet voor vakantiegangers.

Voor Groot-Brittannië geldt een eigen variant met dezelfde logica. De Britse overheid formuleert het venster als niet minder dan 24 uur en niet meer dan vijf dagen vóór aankomst, verlangt dat je route erkend is, en voorziet een sanctie die in de EU niet bestaat: wie zich niet aan de regels houdt, kan zijn hond tot vier maanden in quarantaine zien verdwijnen, en wie met de boot aankomt kan ook gewoon de toegang geweigerd worden. Goed nieuws voor Belgen die naar Engeland of Schotland gaan: een in België afgegeven Europees dierenpaspoort wordt door Groot-Brittannië aanvaard als reisdocument. De omgekeerde beweging is sinds Brexit niet meer symmetrisch — een in Groot-Brittannië afgegeven paspoort geldt niet in de EU, waar een Animal Health Certificate nodig is.

Zet dit dus in je planning als een appointment, niet als een boodschap. Boek de dierenartsconsultatie op een vast moment binnen het venster, met het geplande uur van aankomst als anker, en laat het uur ook écht invullen. Een datum zonder uur maakt een behandeling van 25 uur vóór aankomst oncontroleerbaar — en in de praktijk dus onbruikbaar.

De rassenval: waar je hond de grens niet over mag

Hier zit het grootste risico van de hele reis, en het staat in geen enkel Europees reisdocument, want het is nationaal recht. Verschillende lidstaten verbieden de binnenkomst van bepaalde rassen volledig, ook voor een vakantie van vijf dagen, en de sancties zijn geen boete maar strafrecht.

Duitsland is het strengste geval en het minst bekende. Het Gesetz zur Beschränkung des Verbringens oder der Einfuhr gefährlicher Hunde in das Inland van 12 april 2001 verbiedt in paragraaf 2 het binnenbrengen of invoeren van pitbullterriers, American Staffordshire terriers, Staffordshire bullterriers en bullterriers, uitdrukkelijk inclusief kruisingen van die rassen onderling of met andere honden. Daarnaast geldt het verbod voor andere rassen en hun kruisingen die het recht van het Duitse deelstaatgebied van bestemming als gevaarlijk vermoedt — en dat verschilt per Bundesland, waardoor dezelfde hond in Nordrhein-Westfalen een ander statuut heeft dan in Beieren. De sanctie staat in paragraaf 5: opzettelijke overtreding is strafbaar met een vrijheidsstraf tot twee jaar of een geldstraf, de poging is strafbaar, en zelfs een onachtzame overtreding kan tot één jaar leiden. Paragraaf 7 laat verbeurdverklaring van de hond toe.

Denemarken werkt met een lijst van dertien rassen, van kracht sinds 1 juli 2010: pitbullterrier, tosa inu, American Staffordshire terrier, fila brasileiro, dogo argentino, American bulldog, boerboel, kangal, Centraal-Aziatische herdershond, Kaukasische herdershond, Zuid-Russische herdershond, tornjak en sarplaninac — kruisingen met die rassen inbegrepen. Pitbullterrier en tosa inu mogen onder geen enkele omstandigheid binnen. Voor de overige rassen bestaat een uitzondering als je de hond al bezat vóór 17 maart 2010, maar dan nog moet hij altijd aan een lijn van maximaal twee meter én een muilkorf dragen, ook in een losloopbos.

En nu het detail dat de meeste mensen raakt. Het is in Denemarken de politie die ter plaatse beoordeelt of een hond tot een verboden ras behoort, en die beoordeling gebeurt op uiterlijk. De Deense voorlichting noemt zelf een lijst van rassen die met de verboden rassen verward kunnen worden: onder meer de Poolse tatrahond, de dogue de Bordeaux, de bullmastiff, de mastiff, de mastino napoletano, de cane corso, de Staffordshire bullterrier en de dogo canario. Met andere woorden: je hoeft geen verboden ras te hebben om een probleem te hebben. Een kruising met een brede kop en een korte vacht is genoeg. Neem daarom altijd een stamboom of een afstammingsdocument mee als je hond op een van die rassen lijkt.

Frankrijk gebruikt een ander systeem: honden van de eerste categorie — in de praktijk de pitbullachtige honden zonder stamboom — mogen het Franse grondgebied niet binnen, terwijl honden van de tweede categorie wel mogen mits muilkorf, aanlijning, verzekering en een attest de capacité bij de eigenaar. De cane corso, de rottweiler en de American Staffordshire terrier mét stamboom vallen in die tweede categorie en kunnen dus mee, maar niet zonder papieren.

Dit artikel is geen juridisch advies en de nationale lijsten wijzigen. Behandel bovenstaande als een waarschuwing en niet als een eindantwoord: bel voor het boeken de ambassade of het bevoegde ministerie van het land van bestemming, en vergeet de doorreislanden niet. Wie met een American Staffordshire terrier van België naar Italië rijdt, passeert Duitsland of Frankrijk; de rit zelf is de overtreding. Dat Vlaanderen zelf géén rassenlijst kent — zie ons overzicht van de hondenwetgeving in Vlaanderen — maakt het gemakkelijk om te vergeten dat de buurlanden er wel een hebben.

Wat je mee naar huis brengt: het risico dat in geen checklist staat

Alles hierboven gaat over wat jouw hond het land van bestemming kan binnenbrengen. Over de omgekeerde richting zegt de regelgeving niets, en dat is precies waar het echte gezondheidsrisico zit. Wie met een hond twee weken naar Spanje, Italië of Griekenland gaat, reist naar gebieden waar parasitaire infecties voorkomen die in België nauwelijks bestaan en die zich pas maanden later laten zien.

De omvang ervan is goed gemeten. Guadalupe Miró, Ian Wright en collega's publiceerden in Parasites & Vectors (2022, deel 15, artikel 189) een analyse van 404.617 stalen die tussen 2016 en 2020 in Europese dierenartspraktijken werden getest, met 1.134.648 testresultaten. Voor antistoffen tegen Leishmania was het percentage positieve tests 18,5% in Griekenland, 15,9% op Malta, 11,9% in Italië en 10,7% in Spanje — in de twee laatste landen op telkens meer dan 90.000 resultaten. Voor Ehrlichia stond Griekenland bovenaan met 19,6%, terwijl Italië, Portugal en Spanje boven 3% zaten. Voor hartworm, Dirofilaria immitis, lagen Hongarije, Roemenië en Rusland boven 9%.

En dan de omkering die dit onderwerp interessant maakt. Voor Borrelia, de verwekker van de ziekte van Lyme, loopt de kaart precies andersom: Zweden was met 13,3% de hoogste van de hele studie, terwijl Griekenland onder 0,1% bleef en Spanje, Portugal, Italië, Malta, Kroatië, Hongarije en Roemenië allemaal onder 1% zaten. Ook Anaplasma zat hoog in Oostenrijk, Duitsland, Polen, Slowakije, Slovenië, Tsjechië, Bosnië en Zweden, en láág in Italië, Spanje, Portugal, Malta, Frankrijk en België. Een hond die naar Zuid-Zweden of de Alpen gaat, loopt dus een ander risico dan een hond die naar Andalusië gaat — en in beide gevallen een ander risico dan thuis.

Hoe vaak het dan echt tot infectie komt, laat een tweede studie zien. Ingo Schäfer, Barbara Kohn en collega's testten in Parasites & Vectors (2019, deel 12, artikel 30) 345 honden die tussen 2007 en 2015 naar Duitsland waren gebracht uit zestien endemische landen, vooral Spanje (186 honden), Griekenland (48), Italië (19), Hongarije (19) en Portugal (12). Van de geteste honden was 21% positief voor Leishmania infantum, 16% voor Ehrlichia canis, 10% voor Babesia, 7% voor Dirofilaria en 11% voor Hepatozoon canis. In totaal was 35% positief voor minstens één van die ziekteverwekkers en 8% voor twee tot vier tegelijk. Bij achttien van de tweeëntwintig honden met antistoffen tegen Babesia was er géén acuut ziektebeeld — de infectie was in het buitenland opgelopen en stil geworden.

Hier hoort eerlijkheid bij, en die ontbreekt in veel alarmerende blogs over dit onderwerp. Beide studies hebben een belangrijke beperking: het zijn geen aselecte steekproeven maar tests die dierenartsen aanvroegen, en dat vertekent de percentages naar boven. Belangrijker nog: de 345 honden van Schäfer waren geïmporteerde honden, geen vakantiehonden. De auteurs citeren zelf eerder onderzoek dat honden die met hun eigenaar op reis gaan een lager risico hebben dan geïmporteerde honden, en dat een tijdelijk verblijf in een endemisch gebied minder risico oplevert. Twee weken camping in de Ardèche is dus niet hetzelfde als een asielhond uit Murcia. Maar lager risico is geen nul.

Wat je ermee doet, is daarom concreet en bescheiden. Kies vóór vertrek bescherming die niet alleen doodt maar ook áfweert: tegen zandvliegen, de overbrengers van Leishmania, werkt een repellent met permethrine of deltamethrine in halsband- of spot-onvorm, en dat is iets anders dan een tablet die teken doodt nadat ze gebeten hebben. Houd je hond binnen van de schemering tot zonsopgang, want dat is het actieve venster van de zandvlieg. Bespreek met je dierenarts of een leishmaniavaccinatie in jouw geval zinvol is — die bestaat, maar vraagt weken voorbereiding. En laat je hond zes maanden ná de terugkeer testen als hij langer in een endemisch gebied was, want de incubatie kan maanden tot jaren duren. In ons overzicht van vlooien- en tekenmiddelen staat welke werkzame stoffen afweren en welke enkel doden, en in het artikel over teken en vlooien bij de hond staat wat er in België zelf rondloopt.

Onderweg: auto, vliegtuig en boot

Over het vervoer zelf circuleert online veel foute informatie, vooral de bewering dat een autobench in dit of dat land "verplicht" is. In vrijwel geen enkel Europees land schrijft de wegcode een specifiek toestel voor. Wat de wegcodes wél doen — ook de Belgische — is eisen dat de lading en de passagiers de bestuurder niet hinderen en zijn zicht of bewegingsvrijheid niet beperken. Daar valt een loslopende hond onder, en daar zit ook de echte hefboom: niet de boete, maar de aansprakelijkheid na een ongeval en de houding van je verzekeraar. In onze gids over autobenches en hondengordels staat de rangorde die het ADAC uit crashtests haalde, en de eerlijke conclusie dat bijna niets in de prijsklasse tot 150 euro een getest veiligheidssysteem is.

Het grotere risico van de reis is geen botsing maar warmte, en het zit niet waar mensen het verwachten. Emily Hall, Anne Carter en Dan O'Neill analyseerden in Animals (2020, deel 10, nummer 8, artikel 1324) 879 gevallen van hitteziekte bij honden met een bekende oorzaak. Daarvan was 74,2% inspanningsgebonden, 12,9% omgevingsgebonden en slechts 5,2% voertuiggerelateerd; de sterfte lag op 7,6%. Honden jonger dan twee jaar liepen meer risico, honden boven de acht minder, honden boven de tien kilogram meer, en brachycefale honden hadden een oddsratio van 1,32. Vertaald naar een vakantie: de hete auto is een reeel maar klein deel van het probleem. Het grote deel is de wandeling of het strandspel om twee uur in de namiddag in Zuid-Frankrijk — net het moment waarop je je hond iets leuks gunt.

Reis je met een kortsnuitige hond, dan verdient dat extra aandacht. Franse en Engelse bulldogs, pugs en andere brachycefale rassen reguleren hun temperatuur slechter en hebben bij luchtvaartmaatschappijen ook vaak een vervoerverbod in het ruim, precies om die reden. Reken erop dat een vlucht met zo'n hond ofwel niet kan ofwel enkel in de cabine, en informeer bij de maatschappij vóór je boekt in plaats van erna. In onze vergelijking tussen de Franse en de Engelse bulldog staan de cijfers over hun hitterisico.

Vliegen vraagt bovendien eigen voorbereiding die niets met Europees recht te maken heeft: een goedgekeurde reisbox met de juiste maat, gewenning aan die box weken vooraf, en een nuchter dier. Kalmeringsmiddelen op eigen initiatief zijn hier een slecht idee, omdat sedatie de thermoregulatie en de ademhaling net beïnvloedt in een omgeving met wisselende druk.

Tot slot het scenario waar niemand aan denkt en dat bij reizen met honden statistisch vaak voorkomt: je hond gaat ervandoor op een vreemde plek. Geen bekende geuren, geen bekende route naar huis, en een gemeente waar jij het nummer van het asiel niet kent. Dit is het ene gebruiksgeval waarin een GPS-tracker zijn geld meteen terugverdient — niet als gadget maar als het verschil tussen twee uur zoeken en een vakantie die eindigt in een politiekantoor. In onze gids over GPS-trackers voor honden staat waarop je moet letten, inclusief het detail dat voor reizen beslissend is: of het abonnement ook buiten België data heeft.

Terug uit een land buiten de EU: hier wordt het pas streng

Reizen binnen de Unie is eenvoudig. Binnenkomen vanuit een land buiten de Unie is een ander universum, en het is het universum waarin de meeste mensen onverwacht terechtkomen: een hond die in Turkije, Marokko of Tunesië werd gevonden en mee naar huis zou gaan.

De kern is de antistoftitratie. Voor honden uit landen die niet op de lijst staan, moet een erkende dierenarts een bloedstaal nemen ten vroegste dertig dagen na de eerste vaccinatie, of binnen een lopende geldige vaccinatiereeks. Dat staal moet in een aangewezen laboratorium een neutraliserende antistoftiter van minstens 0,5 IU/ml aantonen, en — dit is de bepaling die de kalender maakt — het staal moet genomen zijn niet minder dan negentig dagen vóór de datum waarop het diergezondheidscertificaat wordt afgegeven. Tel die termijnen op: twaalf weken leeftijd, vaccinatie, dertig dagen, bloedname, negentig dagen wachten. Je bent vier maanden bezig voordat de hond mag reizen. De titratie hoeft niet te worden hernieuwd zolang de hond binnen de geldigheid van de vorige vaccinatie opnieuw wordt gevaccineerd.

Komt de hond uit een land of gebied dat wél op de lijst staat — die staat in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636, waaraan 2026/1228 Montenegro en Servië heeft toegevoegd — dan is geen titratie nodig. Dat is het verschil tussen een reis die je in enkele weken regelt en een traject van maanden, en dus het eerste dat je opzoekt.

Daarnaast is er het certificaat zelf. Het model staat in bijlage III bij 2026/705, het wordt afgegeven door een officiële dierenarts of door een erkende dierenarts met bevestiging door de bevoegde autoriteit, en het is tien dagen geldig vanaf de afgifte tot de documenten- en identiteitscontrole aan de grens; bij zeevervoer wordt die periode verlengd met de duur van de zeereis. Na die controle blijft het zes maanden geldig voor verder verkeer binnen de EU, of tot de rabiësvaccinatie verstrijkt — wat van die twee het eerst komt. Je moet bovendien zelf een schriftelijke verklaring ondertekenen dat de verplaatsing niet-commercieel is.

En er is een plaatsvoorwaarde die mensen verrast: je moet binnenkomen via een door de lidstaat aangewezen reizigerspunt van binnenkomst, en je moet daar op het moment van aankomst de bevoegde autoriteit contacteren voor de documenten- en identiteitscontrole. Je kan dus niet met een hond uit een niet-gelijsteld derde land ergens onopvallend over een landgrens rijden. Voor honden uit gebieden van bijlage I geldt die verplichting niet.

Het nuchtere advies: een hond uit een niet-EU-land meenemen is een project van minimaal vier maanden en geen beslissing die je in de laatste week van een vakantie neemt. Wie dat toch overweegt, doet er goed aan eerst te lezen wat er bij adoptie allemaal bij komt kijken — ons artikel over een pup kopen of adopteren in België zet de juridische verschillen op een rij, en de asielcijfers laten zien dat er ook hier honden wachten.

De aftelkalender: wat je wanneer regelt

Alles samengebracht in de volgorde waarin het moet gebeuren. Dit is het deel dat je uitprint.

  • Vier maanden voor vertrek, enkel voor een hond uit een niet-gelijst derde land: chip, rabiësvaccinatie, dan na dertig dagen de bloedname voor de antistoftitratie, dan negentig dagen wachten.
  • Drie maanden voor vertrek: controleer of je bestemming én elk doorreisland je ras toelaat. Bel de ambassade bij elke twijfel, en neem bij een hond die op een gelijste look-alike lijkt zijn afstammingsdocument mee.
  • Twee maanden voor vertrek: controleer de boostertermijn van de rabiësvaccinatie in het paspoort. Vervalt die vóór of tijdens de reis, laat dan nu hervaccineren — binnen de geldigheid, zodat er geen nieuwe wachttijd van eenentwintig dagen begint.
  • Zes weken voor vertrek: is er nog geen chip of nog geen rabiësvaccinatie, dan is dit het laatste moment. Chip eerst, dan vaccineren, dan eenentwintig dagen wachten. Reis je met het vliegtuig, begin nu met het gewennen aan de reisbox.
  • Een maand voor vertrek: bespreek met je dierenarts de antiparasitaire bescherming voor de bestemming — een repellent tegen zandvliegen voor het Middellandse Zeegebied is iets anders dan de gewone tekenpreventie, en een leishmaniavaccinatie vraagt weken.
  • Twee weken voor vertrek: controleer het paspoort cijfer per cijfer tegen de chipscanner, check je handtekening als eigenaar, en controleer of de vaccinatiepagina gelamineerd is. Print de machtigings- en niet-commerciële verklaring uit als iemand anders meerijdt.
  • Vijf dagen tot 24 uur vóór aankomst, alleen voor Finland, Ierland, Malta, Noord-Ierland, Noorwegen en Groot-Brittannië: lintwormbehandeling bij de dierenarts, met datum én uur in het paspoort. Reken vanaf je aankomsttijd, niet vanaf je vertrek.
  • Op de dag zelf: paspoort, verklaringen en vaccinatiebewijs in een map bij je, niet in de koffer in de kofferbak. Water, een plan om midden op de dag niet te wandelen, en het nummer van een dierenarts op de bestemming in je telefoon.
  • Zes maanden na de terugkeer uit Zuid-Europa: laat testen op Leishmania en de andere vectorgebonden infecties als je hond er langer verbleef. Stille infecties tonen zich pas als je ernaar zoekt.

Wat dit alles betekent

Reizen met je hond in Europa is in 2026 juridisch eenvoudig en praktisch onderschat. De drie voorwaarden die iedereen kent — chip, rabiësvaccinatie, eenentwintig dagen — zijn makkelijk te halen zolang je de volgorde respecteert en de boostertermijn in het oog houdt. Het nieuwe kader van 22 april 2026 verandert daar niets fundamenteels aan; het geeft je een nieuw paspoortmodel, een QR-code naar DogID en de wetenschap dat het oude model na 1 januari 2028 niet meer wordt afgegeven.

De twee echte risico's liggen elders, en ze hebben één ding gemeen: ze staan niet op het Europese formulier. Het eerste is nationaal recht. Een hond die in België volkomen legaal is, kan in Duitsland een strafbaar feit worden, en in Denemarken beslist een agent op het uiterlijk van je hond. Dat kost geen boete maar mogelijk je hond, en het overkomt vaker een kruising dan een rashond met stamboom. Het tweede is biologisch. Het papierwerk beschermt de landen waar je naartoe gaat; niemand controleert wat je meebrengt. Een derde van de honden die uit Zuid-Europa naar Duitsland kwamen, droeg minstens één vectorgebonden ziekteverwekker, en bij de meeste van hen was dat niet te zien.

De praktische samenvatting past op één regel: regel de papieren vroeg en in de juiste volgorde, bel de ambassade over je ras vóór je boekt, en behandel de bescherming tegen zandvliegen en teken als een even harde voorwaarde als de vaccinatie. Dan is de reis zelf het makkelijke deel.

Vond je dit artikel nuttig? Deel het met andere hondenliefhebbers!

Delen:

Bekijk deze rassen

Lees ook

Veelgestelde vragen

Hoe lang vóór de reis moet mijn hond gevaccineerd zijn tegen hondsdolheid?

Minstens eenentwintig dagen. De geldigheid van een eerste vaccinatiereeks begint volgens deel 1 van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 niet eerder dan eenentwintig dagen na het voltooien van het protocol, dus vertrek je op dag tweeëntwintig. Twee voorwaarden daarbij zijn even belangrijk: de hond moest op de dag van de inenting minstens twaalf weken oud zijn, en de vaccinatie mag niet gegeven zijn vóór het plaatsen of uitlezen van de chip. Een rabiësvaccinatie bij een niet-gechipte hond is voor reisdoeleinden ongeldig en moet opnieuw, met opnieuw de wachttijd. Bij een herhalingsenting die binnen de geldigheidsduur van de vorige valt, is er géén wachttijd — maar één dag te laat betekent een onderbroken reeks en dus opnieuw eenentwintig dagen.

Is mijn oude Europese dierenpaspoort in 2026 nog geldig?

Ja. Artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 bepaalt dat Europese paspoorten volgens het oude model van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 577/2013 geldig blijven als ze zijn afgegeven vóór 1 januari 2028. Je hoeft dus niets te vervangen omdat er sinds 22 april 2026 een nieuw model bestaat. Wat wel verandert: na die datum wordt het oude model niet meer afgegeven, en het nieuwe paspoort ziet anders uit — 100 bij 152 millimeter, blauwe kaft met de sterrenkrans, een gelamineerde vaccinatiepagina en eventueel een QR-code naar de nationale databank. Certificaten uit derde landen volgens het oude bijlage IV blijven korter aanvaard: tot 31 maart 2027, mits afgegeven vóór 1 oktober 2026.

Vanaf welke leeftijd mag een puppy mee naar het buitenland?

In de praktijk vanaf vijftien weken: twaalf weken minimumleeftijd voor de rabiësvaccinatie plus eenentwintig dagen wachttijd. Artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 kent wel een afwijking voor jongere honden, maar die geldt alleen als de lidstaat van bestemming dat verkeer uitdrukkelijk heeft toegestaan én dat heeft bekendgemaakt op een speciaal daarvoor bestemde website, en daarbovenop moet je óf een ondertekende verklaring voorleggen dat de pup sinds de geboorte geen contact had met wilde dieren van gevoelige soorten, óf reist de pup samen met zijn correct gevaccineerde moeder. Ga er dus van uit dat het niet kan en plan je reis vanaf vijftien weken. Inhoudelijk is dat ook het betere moment: de socialisatieweken van een pup zijn geen goede weken voor lange ritten en vreemde plekken.

Naar welke landen moet mijn hond een lintwormbehandeling krijgen?

Naar Finland, Ierland, Malta, Noord-Ierland en Noorwegen, en in een eigen variant naar Groot-Brittannië. Het tijdvenster is strak en wordt het vaakst verkeerd gerekend: de behandeling moet gebeuren niet meer dan 120 uur (vijf dagen) en niet minder dan 24 uur vóór de geplande binnenkomst — niet vóór je vertrek. Een dierenarts moet ze geven met een toegelaten middel dat praziquantel of een andere bewezen werkzame stof bevat, en ze moet met datum én uur in het paspoort staan. Kom je rechtstreeks uit een ander land met dezelfde vrije status, dan is er geen behandeling nodig. Voor Groot-Brittannië geldt bovendien dat je route erkend moet zijn; wie de regels niet volgt, riskeert tot vier maanden quarantaine of weigering van toegang.

Mag ik met mijn American Staffordshire Terrier of kruising naar Duitsland of Denemarken?

Naar Duitsland niet. Het Duitse Hundeverbringungs- und -einfuhrverbotsgesetz van 12 april 2001 verbiedt in paragraaf 2 het binnenbrengen van pitbullterriers, American Staffordshire terriers, Staffordshire bullterriers en bullterriers, uitdrukkelijk inclusief kruisingen, en voegt daar de rassen bij die het recht van de deelstaat van bestemming als gevaarlijk vermoedt. Paragraaf 5 stelt opzettelijke overtreding strafbaar met een vrijheidsstraf tot twee jaar of een geldstraf, en de hond kan verbeurd worden verklaard. Denemarken heeft sinds 1 juli 2010 een lijst van dertien rassen inclusief kruisingen, met een beperkte uitzondering voor honden die je al vóór 17 maart 2010 bezat en dan nog met muilkorf en een lijn van maximaal twee meter. Belangrijk: de Deense politie beoordeelt het ras op uiterlijk, en de officiële voorlichting noemt zelf look-alikes zoals de cane corso, de bullmastiff en de dogue de Bordeaux. Vergeet ook je doorreislanden niet — met de auto naar Italië rijd je door Duitsland of Frankrijk.

Wat moet ik regelen als ik mijn hond meebreng uit Turkije of Marokko?

Reken op minimaal vier maanden. Voor honden uit derde landen die niet in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 staan, moet een erkende dierenarts ten vroegste dertig dagen na de rabiësvaccinatie een bloedstaal nemen, moet een aangewezen laboratorium een neutraliserende antistoftiter van minstens 0,5 IU/ml vaststellen, en moet dat staal zijn genomen niet minder dan negentig dagen vóór de afgifte van het diergezondheidscertificaat. Dat certificaat is tien dagen geldig tot de grenscontrole en daarna zes maanden voor verder verkeer in de EU, of tot de vaccinatie verstrijkt. Je moet binnenkomen via een aangewezen reizigerspunt van binnenkomst en daar bij aankomst zelf de bevoegde autoriteit contacteren. Dit is dus geen beslissing voor de laatste vakantieweek.