Populairste hondenrassen in België (2026): wat de cijfers écht zeggen
12 min leestijd

Zoek op "populairste hondenrassen in België" en je krijgt tien lijstjes die elkaar tegenspreken. Dat is geen slordigheid van de schrijvers: er bestaan in dit land twee volledig verschillende tellingen, ze meten niet hetzelfde, en de bekendste ervan zet op de eerste plaats iets dat helemaal geen ras is. Deze post zet de Belgische cijfers naast elkaar — de registraties uit DogID, de stambomen van Sint-Hubertus en de invoercijfers uit het Vlaams Parlement — en laat zien welke conclusies je er wél uit mag trekken als je zelf een pup zoekt.
De nummer één in België is geen hondenras
Op 18 februari 2026 maakte Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts de registratiecijfers van 2025 bekend: 149.528 honden en katten nieuw ingeschreven, waarvan 71.724 honden. De vijf meest ingeschreven "rassen" waren, in die orde: de gewone straathond (in de databank opgetekend als Canis vulgaris), de teckel, de chihuahua, de labrador retriever en de poedel.
De eerste plaats is dus een verzamelbak. Canis vulgaris is geen ras en staat in geen enkele rasnomenclatuur ter wereld; het is het vakje dat de dierenarts aankruist wanneer de hond geen aanwijsbaar ras heeft of wanneer niemand weet wat er in zit. Elk lijstje dat begint met een echt ras heeft die grootste groep dus stilzwijgend weggelaten — en meestal zonder dat te zeggen.
Dat is geen muggenzifterij. Het betekent dat de grootste groep honden in dit land geen rasprofiel heeft waar je je als koper op kan baseren, en dat de volgorde van alle plaatsen daaronder afhangt van hoe streng dat eerste vakje gebruikt wordt. Een dierenarts die een kruising met duidelijke teckelkenmerken als "teckel" inschrijft, verschuift de hele lijst. Het rasveld in DogID is een label dat iemand intypt, geen vaststelling.
DogID meet instroom, niet de populatie
Het tweede misverstand zit in het woord "populairst". DogID telt registraties in één kalenderjaar: honden die dat jaar door een dierenarts werden gechipt en ingeschreven. Dat zijn pups, maar ook ingevoerde honden en honden die pas op latere leeftijd in orde werden gebracht. Het is een momentopname van wat erbij kwam, niet van wat er is.
Het verschil is enorm. Eind 2025 stonden er volgens dezelfde databank 1.384.763 honden in Vlaanderen. De 71.724 registraties van dat jaar zijn daar ongeveer vijf procent van. Een top vijf op basis van één jaar instroom beschrijft dus de smaak van vorig jaar, niet de hondenpopulatie waar je op straat tegenaan loopt.
En die instroom beweegt hard. In 2021 werden er 112.961 honden geregistreerd, in 2024 nog 75.968, in 2025 dus 71.724. Dat is in vier jaar een daling van ruim 36 procent — het aantal zakt elk jaar sinds de coronacrisis. Wie twee jaargangen naast elkaar legt, vergelijkt daarom niet alleen rassen maar ook twee totaal verschillende markten.
Een kwart van de honden staat niet of niet juist in de databank
Op 4 februari 2025 stelde Vlaams Parlementslid Eva De Bleeker een schriftelijke vraag (nr. 120) over de identificatie- en registratieplicht. Het antwoord bevat het cijfer dat elke populariteitslijst relativeert: uit onderzoek van de Afdeling Dierenwelzijn blijkt dat 25 procent van de honden niet of niet correct geregistreerd is.
Een kwart ontbreekt dus, en dat kwart is niet willekeurig gekozen. Honden die buiten de officiële kanalen verhandeld worden, honden uit het zwarte circuit en honden van eigenaars die de regels niet kennen, ontbreken vaker dan de pup die netjes bij een erkende kweker werd gehaald en meteen bij de dierenarts belandde. Precies de categorieën waar een modieus ras het vaakst in zit, zijn dus het slechtst geteld.
Hetzelfde antwoord geeft nog een nuttig getal: gemiddeld 76 procent van de geregistreerde honden heeft een Belgisch paspoort, jaar na jaar. De minister voegt er zelf aan toe dat dat niet uitsluit dat een deel daarvan toch uit het buitenland komt. Tot bijna een kwart van de officieel ingeschreven honden is dus een import, en daar zit het meeste modegevoelige volume.
De top vijf van 2025, zoals DogID ze geeft
Voor 2025 gaf het kabinet enkel de volgorde, zonder aantallen per ras: kruising, teckel, chihuahua, labrador retriever, poedel. Dat is minder dan de jaren waarin de aantallen wel werden vrijgegeven, en het is de reden dat je op andere sites zoveel verschillende lijsten ziet. Wie geen cijfers heeft, vult aan met buitenlandse ranglijsten of met de eigen klantengegevens van een verzekeraar of een voedingsmerk.
Dat levert lijstjes op die niets met elkaar te maken hebben. Een veelgeciteerde Belgische top tien zet de chihuahua op één, gevolgd door de border collie, de Franse bulldog en de Duitse spitz, en vermeldt daarbij dat veertien procent van de honden in België niet raszuiver zou zijn — terwijl de officiële databank de kruising net op de eerste plaats zet. Zulke pagina’s noemen geen peildatum en geen bron. Gebruik ze niet als basis voor een aankoop.
De naamgegevens uit dezelfde bekendmaking zijn trouwens wel volledig: de populairste reunamen van 2025 waren Max, Ollie, Marcel, Milo en Charlie, bij teven Nala, Luna, Mila, Billie en Pippa. Dat die lijst compleet is en de raslijst niet, zegt iets over hoe de cijfers naar buiten komen.
2019 naast 2025: hoe snel de lijst kantelt
Voor 2019 bestaan de aantallen per ras wel. Er werden dat jaar 99.425 honden geregistreerd in Vlaanderen, tweeduizend meer dan het jaar ervoor, en de top drie zag er zo uit: chihuahua 7.643, bastaardhond 7.202, Duitse spitz 4.974.
Leg dat naast 2025 en je ziet drie dingen tegelijk. De chihuahua stond in 2019 op de eerste plaats met 7,7 procent van alle registraties en is zes jaar later naar de derde plaats gezakt. De kruising stond tweede en staat nu eerste — niet omdat er plots meer kruisingen bijkwamen, maar omdat de rashonden sneller wegvielen. En de Duitse spitz, in 2019 nog het derde meest ingeschreven ras van Vlaanderen met bijna vijfduizend honden, komt in de top vijf van 2025 helemaal niet meer voor.
Een ras dat in zes jaar van vijf procent van de markt naar buiten de top vijf verdwijnt, was geen voorkeur maar een mode. Dat is de belangrijkste les uit deze twee jaargangen: de Belgische ranglijst heeft een vaste kop (labrador, kruising) en een kop die elke paar jaar van samenstelling wisselt. Als je een hond kiest omdat hij in de top vijf staat, kies je mogelijk de piek van een golf.
Stamboom of chip: twee Belgische lijsten die elkaar niet dekken
Naast DogID bestaat er een tweede Belgische telling: die van de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus, de FCI-ledenorganisatie die stambomen uitreikt. Haar cijfers staan openbaar bij de FCI en zijn van een heel andere orde. In 2021 werden 22.916 pups in het stamboek en de bijlage ingeschreven, verdeeld over 4.161 nesten; in 2022 waren dat 18.072 pups en in 2023 nog 16.036 pups uit 2.974 nesten.
Zet die twee naast elkaar voor hetzelfde jaar. In 2021 registreerde DogID 112.961 honden in Vlaanderen alleen, terwijl Sint-Hubertus voor het hele land 22.916 pups met papieren inschreef. Zelfs met de ruimste marge voor het verschil tussen Vlaanderen en België blijft de conclusie staan: de overgrote meerderheid van de honden die hier jaarlijks bijkomen, heeft geen stamboom.
Daarom zeggen de twee lijsten iets anders. Het stamboekcijfer meet welke rassen door aangesloten kwekers gefokt worden, met een afstammingsbewijs en een nestcontrole erachter. Het DogID-cijfer meet welk woord er in een invulveld belandde. Een ras dat hoog staat in DogID en laag in het stamboek — de chihuahua is daar het schoolvoorbeeld van — wordt vooral buiten de clubstructuur gefokt en verhandeld. Dat is precies de informatie die je als koper nodig hebt, en die in geen enkel lijstje staat.
De invoergolf die de mode maakte
Het antwoord op diezelfde schriftelijke vraag bevat de tabel die alles verklaart: het aantal in Vlaanderen geregistreerde honden dat werd ingevoerd, per herkomstland en per jaar. Het totaal ging van 16.054 in 2017 naar 21.159 in 2020, om daarna te kelderen tot 7.875 in 2022, 5.761 in 2023 en 4.278 in 2024.
De samenstelling is nog sprekender. Slowakije leverde in 2017 nog 11.560 geregistreerde honden en in 2024 slechts 3.027. Hongarije ging de andere kant op en dan weer terug: 1.656 in 2017, een piek van 11.452 in het coronajaar 2020, en 1.078 in 2024. Tsjechië zakte van 2.824 naar 160.
Dat is geen detail in de marge: in 2020 was ruim één op de vijf geregistreerde honden een import, en de helft daarvan kwam uit één land. Toen die kraan dichtging, verdwenen de rassen die eruit kwamen uit de ranglijst. Wie wil begrijpen waarom de Duitse spitz in 2019 derde stond en vandaag niet meer meetelt, moet niet naar de smaak van de Belg kijken maar naar wat er op dat moment in bulk beschikbaar was.
De handhaving is in dezelfde periode fors opgeschroefd. In 2023 voerden Dierenwelzijn Vlaanderen en de politie 889 inbeslagname-interventies uit tegenover 181 in 2015, deden ze 6.569 controles, gaven ze 1.538 waarschuwingen en schreven ze 819 processen-verbaal; er kwamen 6.764 meldingen en klachten binnen en elf kwekers verloren hun erkenning. Een dalend invoercijfer betekent dus niet automatisch dat de vraag weg is.
1. De kruising: de grootste groep, en niet de slechtste keuze
De kruising staat bovenaan en wordt in bijna elk artikel overgeslagen, alsof het een restcategorie is. Voor wie een gezonde hond zoekt, is dat de verkeerde reflex. De grootste vergelijkende studie op dit punt — Bellumori en collega’s onderzochten in 2013 de dossiers van 27.254 honden uit een universiteitskliniek op 24 erfelijke aandoeningen — vond bij rashonden tien aandoeningen significant vaker, bij dertien aandoeningen geen verschil, en één aandoening die vaker bij kruisingen voorkwam.
De tien met een hoger risico bij rashonden zijn aortastenose, dilaterende cardiomyopathie, elleboogdysplasie, de schijfaandoening IVDD, de ziekte van Addison, atopische huidontsteking, maagdraaiing, cataract, epilepsie en de portosystemische shunt. De enige waarop de kruising slechter scoort, is de ruptuur van de voorste kruisband — een aandoening die sterk met gewicht en activiteit samenhangt.
Let op de juiste conclusie. Dit is geen bewijs dat elke kruising gezonder is dan elke rashond: voor meer dan de helft van de onderzochte aandoeningen maakte het geen verschil, en een kruising van twee rassen met hetzelfde probleem erft dat probleem gewoon. Wat het wél betekent is dat de nummer één van de Belgische lijst geen compromis is. Een hond uit een asiel of een nestje zonder papieren is op dit punt minstens een gelijkwaardige keuze, en voor tien specifieke aandoeningen statistisch een betere.
Het praktische nadeel zit elders: je weet minder. Een kruising geeft je geen verwacht eindgewicht, geen verwachte vachtzorg en geen bekend ziektedossier om op te screenen. Dat moet je opvangen met een eerlijke inschatting van de ouders of, bij een asielhond, met een goed gesprek over wat de opvang al gezien heeft.
2. De teckel: het ras met het best gedocumenteerde risico
De teckel is in 2025 het meest ingeschreven échte ras van Vlaanderen, en hij is tegelijk het ras waarvan het grootste gezondheidsprobleem het best in cijfers staat. Schattingen op basis van de klassieke literatuur komen uit op 19 tot 24 procent van de teckels die in hun leven klinische verschijnselen van de schijfaandoening IVDD ontwikkelen, met een relatief risico dat tien tot twaalf keer hoger ligt dan bij andere rassen.
Recenter werk maakt het concreter. In de Britse DachsLife-bevraging van 2015 lag de gemiddelde prevalentie over alle varianten en leeftijden op 15,7 procent, met de korthaarteckel als uitschieter op 24,4 procent. Zweedse verzekeringsdata van Bergknut en collega’s uit 2012 gaven voor thoracolumbale discusherniatie 3,5 procent over alle rassen samen, tegenover 24,4 procent bij de dwergteckel en 13,0 procent bij de standaardteckel.
Die cijfers komen uit verschillende soorten onderzoek en zijn niet onderling optelbaar — een bevraging onder eigenaars meet iets anders dan een verzekeringsbestand. Maar ze wijzen allemaal dezelfde richting uit en ze zijn hoog genoeg om de keuze te sturen: bij ongeveer één op de vijf teckels gaat het over de rug, en bij de kleinere varianten vaker dan bij de standaardmaat.
Wat je daarmee doet, is niet het ras afschrijven maar de juiste dingen vragen. Hoe oud waren de ouders en de grootouders toen ze gedekt werden, is er in de lijn rugproblematiek bekend, en heeft de kweker een röntgenscreening laten doen. Daarnaast is gewicht het enige element dat je zelf volledig in de hand hebt; een teckel met twee kilo te veel draagt dat elke dag op zijn tussenwervelschijven.
3. De chihuahua: van nummer één naar nummer drie
Met 7.643 registraties in 2019 was de chihuahua het meest ingeschreven ras van Vlaanderen. Vandaag staat hij derde. Het is daarmee het ras dat het Belgische patroon het zuiverst illustreert: hoog in de chipdatabank, laag in het stamboek, sterk vertegenwoordigd in de invoer, en daardoor gevoelig voor elke verschuiving in het aanbod.
De gezondheidsdossiers die wij in onze vergelijking van de chihuahua met de yorkshire terriër doornamen, geven het gewicht aan dat je daaraan moet hangen. De mediane leeftijd bij overlijden lag voor de chihuahua op 8,2 jaar tegenover 13,56 jaar bij de yorkshire, en bij ongeveer 92 procent van de chihuahua’s blijft de fontanel open — een kenmerk dat de FCI-standaard uitdrukkelijk diskwalificeert maar dat in de praktijk bij de meeste honden van het ras aanwezig is.
De combinatie is ongemakkelijk: het populairste kleine ras van het land is ook het ras waarvan de standaard en de werkelijkheid het verst uiteenlopen. Dat heeft alles te maken met hoe het gefokt en verhandeld wordt, en weinig met het ras zoals het bedoeld is.
Voor een koper betekent dat vooral: hier is de herkomst belangrijker dan bij bijna elk ander ras. Vraag het afstammingsbewijs, ga ter plaatse, zie de moeder, en laat je niet naar een parking of een tussenpersoon leiden. Onze checklist voor een erkende kweker in Vlaanderen is bij dit ras geen formaliteit maar de kern van de aankoop.
4. De labrador retriever: de enige constante
De labrador is het enige ras dat in alle Belgische en Nederlandse lijsten van de afgelopen tien jaar in de top vijf blijft staan, onafhankelijk van welke databank je gebruikt. Hij stond vierde in 2025, hij staat hoog in de stamboekcijfers, en hij staat hoog in elke commerciële ranglijst. Dat is het profiel van een echte voorkeur en niet van een golf.
Dat heeft een eenvoudige verklaring: het ras doet waarvoor het geadverteerd wordt. Een labrador uit een degelijke lijn is makkelijk te motiveren, verdraagt kinderen en drukte, en vraagt weinig vachtwerk. De keerzijde is even voorspelbaar en staat in elk veterinair bestand: overgewicht. Het ras heeft een genetisch onderbouwde neiging om te blijven eten, en dat is in de praktijk het probleem waar je het meest tijd aan kwijt bent.
Praktisch wil dat zeggen dat je bij de labrador niet in de eerste plaats op zoek bent naar een gezonde lijn — hoewel heup- en elleboogscreening en de oogtests gewoon moeten kloppen — maar naar een eigenaarsroutine die het gewicht onder controle houdt. Afgewogen porties in plaats van een volle bak, snacks meegerekend in het dagrantsoen, en een maandelijkse weging in de eerste twee jaar.
Voor wie een grote hond met vastgelegde groei wil, loopt de belangrijkste keuze trouwens niet over het ras maar over het voer. In onze gids over droogvoer voor grote rassen staat waarom de calciumbovengrens bij een groeiende labrador zwaarder weegt dan alle gewrichtsclaims op de zak samen.
5. De poedel: nieuw in de top vijf en het meest verwarde ras
De poedel is in 2025 de vijfde plaats binnengekomen, en dat cijfer is om een bijzondere reden onbetrouwbaar: in DogID is "poedel" één ingang, terwijl de FCI vier officiële maten erkent — toy, dwerg, middenslag en koningspoedel. Een registratiecijfer voor "de poedel" telt dus vier rassen samen die in gewicht, trimkost en ziektedossier sterk uiteenlopen.
Dat de ingang in zes jaar de top vijf binnenkwam, heeft bovendien weinig met de klassieke poedel te maken en veel met de doodles. Elke kruising met een poedel wordt door eigenaars en soms ook door dierenartsen als poedelachtig benoemd, en de labradoedel, de maltipoo en de cavapoo zijn in dezelfde periode in Vlaanderen hard gegroeid. In het stamboek van Sint-Hubertus bestaan die kruisingen niet, in DogID wel.
De gezondheidsgetallen verschillen per maat. Uit de VetCompass-analyse van ruim 900.000 honden die wij voor onze poedelpost doornamen, kwam voor de ziekte van Addison bij de koningspoedel een odds ratio van 51,38 — een van de scherpste rasverbanden in de hele literatuur — terwijl de kleinere maten daar niet uitkomen. Een cijfer over "de poedel" zegt daarom niets zonder de maat erbij.
En dan is er de kost die bijna niemand meerekent. Een poedel en elke poedelkruising moet professioneel getrimd worden, zes tot acht keer per jaar, en de Belgische richtprijzen lopen op met de maat: ruwweg vanaf 55 euro voor een toy tot rond de 95 euro voor een koningspoedel. Dat is over een hondenleven een bedrag van dezelfde orde als de aankoopprijs.
De Duitse spitz: het ras dat uit de top vijf verdween
Van alle cijfers in deze post is dit het nuttigste om te onthouden. In 2019 was de Duitse spitz — de groep waartoe de keeshond en de kleine pomeriaan horen — met 4.974 registraties het derde meest ingeschreven ras van Vlaanderen, bijna vijf procent van alles wat dat jaar gechipt werd. In de bekendmaking van 2025 komt het ras in de top vijf niet meer voor.
Er is in die zes jaar niets aan het ras veranderd. Wat veranderde was het aanbod: de Oost-Europese invoer liep in dezelfde periode terug van ruim 21.000 geregistreerde honden in 2020 naar 4.278 in 2024, en de kleine, makkelijk te vervoeren, fotogenieke rassen zaten in dat volume. Toen het aanbod opdroogde, verdween het ras uit de statistiek.
Voor de honden zelf is dat niet zonder gevolgen. Een ras dat in enkele jaren verdrievoudigt en daarna instort, wordt in de piekjaren gefokt door mensen die het daarna niet meer doen, met een smalle genetische basis en zonder opvolging van de lijn. De honden uit zo’n golf zijn vandaag vier tot acht jaar oud en komen nu bij de dierenarts met de problemen die daarbij horen.
De les voor wie nu kiest: een ras dat opvallend snel stijgt, is een waarschuwing en geen aanbeveling. De vraag die daarbij hoort is niet "is dit ras populair" maar "wordt dit ras hier al lang en door dezelfde mensen gefokt".
De Belgische middengroep: Franse bulldog, border collie, jack russell en de herders
Onder de top vijf zit een middengroep die in bijna elke Belgische lijst terugkomt, in telkens een andere volgorde. De Franse bulldog is daar het meest besproken lid van, en met reden. De VetCompass-studie van O’Neill en collega’s uit 2021 vergeleek 2.781 Franse bulldogs met 21.850 honden van andere rassen en vond bij twintig van de 43 onderzochte aandoeningen een significant hoger risico, en bij elf een lager.
De getallen bij de hoogste risico’s zijn niet subtiel: voor vernauwde neusgaten een odds ratio van 42,14, voor het obstructieve luchtwegsyndroom 30,89, voor oorafscheiding 14,40 en voor huidontsteking 11,18. De onderzoekers besluiten dat fokkers, kennelclubs en kopers samen moeten werken om honden met minder extreme kenmerken te verkiezen — en wijzen erop dat snurken een symptoom is en geen eigenschap.
De border collie en de australian shepherd zitten in dezelfde middengroep en hebben een ander soort probleem: ze worden gekocht om hoe ze eruitzien en niet om wat ze nodig hebben. In onze vergelijking van beide rassen staat ook de erfelijke kant, waaronder de MDR1-mutatie die bij de aussie in ongeveer de helft van de honden in minstens één kopie aanwezig is en bepaalt op welke courante geneesmiddelen je hond gevaarlijk reageert.
De jack russell terriër, de Duitse herder en de Mechelse herder sluiten de rij. De twee herders worden in Vlaanderen bovendien vaak door elkaar gehaald terwijl ze cynologisch iets heel anders zijn — de Mechelaar is een variëteit van de Belgische herdershond, geen apart ras — en de fokkerijlijn weegt bij beide zwaarder dan de rasnaam. Voor wie tussen die twee staat, hebben we daar een aparte vergelijking over gemaakt.
Wat de hele middengroep gemeen heeft, is dat de volgorde ervan afhangt van wie telt. Een verzekeraar ziet de rassen van zijn klanten, een voedingsmerk die van zijn kopers, en een kennelclub die van zijn leden. Geen van die drie is representatief voor het land, en alle drie worden ze als "de populairste hondenrassen in België" gepubliceerd.
Wat populariteit wél en niet voorspelt
Een hoge plaats in de ranglijst is geen kwaliteitslabel, maar het is ook niet waardeloos. Het voorspelt een paar heel concrete dingen, en een paar andere juist niet.
- Wél: beschikbaarheid. Bij een ras in de top tien vind je meerdere nestjes in je provincie en hoef je niet maanden te wachten of honderden kilometers te rijden.
- Wél: kennis bij je dierenarts en je trimmer. De rasspecifieke problemen van een labrador of een teckel worden hier dagelijks gezien; bij een zeldzaam ras ben je vaker de eerste.
- Wél: tweedehandsmarkt voor spullen, en bij de bekende rassen een ruim aanbod aan maatgebonden uitrusting zoals benches, tuigjes en autobeveiliging.
- Niet: gezondheid. Van de vijf meest ingeschreven rassen hebben er drie een gedocumenteerd rasprobleem met een hoog risicocijfer, en één is helemaal geen ras.
- Niet: geschiktheid voor jouw situatie. De border collie staat in meerdere Belgische lijsten in de top drie en is tegelijk een van de rassen die het vaakst in een asiel belandt omdat de eigenaar de beweging en de prikkels niet aankan.
- Niet: prijsstabiliteit. Een stijgend ras wordt duurder en trekt gelegenheidskwekers aan; een dalend ras levert goedkopere pups uit lijnen die niemand meer opvolgt. Beide uitersten zijn risico.
- Niet: de werkelijke samenstelling van de hondenpopulatie. De lijst gaat over één jaar instroom van ongeveer vijf procent van de honden, en mist er daarbovenop een kwart.
Een populair ras kopen: de checks die blijven gelden
Als je na dit alles bij een ras uit de top vijf uitkomt — en daar is niets mis mee — zijn dit de stappen die het verschil maken tussen een hond uit een lijn en een hond uit een golf.
- Vraag naar de registratie in DogID en naar het paspoort vóór je iets betaalt. Een pup zonder chipnummer op naam van de kweker is geen onderhandelingspunt maar een afbreekpunt.
- Controleer of de kweker erkend is en vraag het erkenningsnummer; de erkenningslijst is publiek en elf kwekers verloren in één jaar hun erkenning.
- Zie de moeder, in de ruimte waar de pups opgroeien. Bij een ras met veel import is dit de enige check die een tussenhandelaar niet kan simuleren.
- Vraag de screeningsresultaten die bij het ras horen, niet in het algemeen: rugonderzoek bij de teckel, heupen en ellebogen bij de labrador, de luchtwegbeoordeling bij de Franse bulldog, de ooguitslag bij de border collie.
- Reken de vaste kosten van je ras door vóór de aankoop. Bij de poedel en de doodles is dat zes tot acht trimbeurten per jaar; bij de kortsnuitige rassen is het de kans op een luchtwegoperatie.
- Kies een lijn en geen trend. Een kweker die het ras al tien jaar doet en je naar twee generaties terug kan brengen, is meer waard dan de prijs en de wachttijd samen.
Hoe wij deze lijst zouden opstellen
Als er van 2025 wél aantallen per ras waren vrijgegeven, zou de eerlijkste Belgische ranglijst er anders uitzien dan alles wat nu online staat. Ze zou de kruising gewoon op één laten staan en dat ook benoemen, ze zou de poedelingang opsplitsen in de vier maten plus de kruisingen, en ze zou naast elk ras twee getallen zetten: het registratiecijfer en het aantal stambomen van dat jaar.
Die tweede kolom is waar het om gaat. Een ras met vierduizend registraties en vierhonderd stambomen wordt massaal buiten de clubstructuur gefokt; een ras met vierhonderd registraties en driehonderd stambomen niet. Dat verschil voorspelt voor een koper meer dan de plaats in de lijst ooit kan.
Tot die cijfers er zijn, is de nuttigste manier om de top vijf te lezen deze: hij vertelt je wat je gemakkelijk zal vinden, en niets over wat je zou moeten willen. Welk ras bij je past, hangt af van je woonsituatie, je tijd en je budget — niet van hoeveel andere Belgen vorig jaar hetzelfde kozen.
Bekijk deze rassen
Lees ook
Veelgestelde vragen
Wat is het populairste hondenras in België in 2026?
Volgens de DogID-cijfers over 2025, bekendgemaakt in februari 2026, is de meest ingeschreven categorie de kruising of "gewone straathond" (in de databank Canis vulgaris). Het populairste echte ras is de teckel, gevolgd door de chihuahua, de labrador retriever en de poedel. De aantallen per ras zijn voor dat jaar niet vrijgegeven.
Hoeveel honden zijn er in Vlaanderen?
Eind 2025 stonden er 1.384.763 honden in DogID. In 2025 kwamen daar 71.724 nieuwe registraties bij, tegenover 75.968 in 2024 en 112.961 in 2021. Een onderzoek van de Afdeling Dierenwelzijn schat dat 25 procent van de honden niet of niet correct geregistreerd is, dus het werkelijke aantal ligt hoger.
Waarom geeft elke website een andere top tien?
Omdat er verschillende bronnen door elkaar lopen. DogID telt alle registraties per jaar, Sint-Hubertus telt alleen pups met een stamboom (16.036 in 2023 tegenover ruim 70.000 DogID-registraties), en verzekeraars en voedingsmerken publiceren hun eigen klantenbestand. Daarnaast nemen veel Nederlandstalige pagina’s de Nederlandse of de Amerikaanse ranglijst over zonder dat te vermelden.
Zijn kruisingen gezonder dan rashonden?
Gedeeltelijk. In de studie van Bellumori uit 2013 over 27.254 honden kwamen tien van 24 erfelijke aandoeningen significant vaker bij rashonden voor, bij dertien was er geen verschil, en één — de ruptuur van de voorste kruisband — kwam vaker bij kruisingen voor. Een kruising van twee rassen met hetzelfde probleem erft dat probleem wel gewoon.
Waarom staat de Duitse spitz niet meer in de top vijf?
In 2019 was dat ras met 4.974 registraties nog het derde meest ingeschreven ras van Vlaanderen. In dezelfde periode zakte de geregistreerde invoer van honden van 21.159 in 2020 naar 4.278 in 2024. Toen dat aanbod wegviel, verdween het ras uit de statistiek — het was een aanbodgolf en geen blijvende voorkeur.
Betekent een hoge plaats in de lijst dat het ras bij mij past?
Nee. Populariteit voorspelt vooral beschikbaarheid: je vindt sneller een nestje in je provincie en je dierenarts kent het ras goed. Ze voorspelt niets over gezondheid of over geschiktheid. Drie van de vijf meest ingeschreven rassen hebben een gedocumenteerd rasprobleem met een hoog risicocijfer.